Te koud voor de tijd van het jaar ...

Wat was het koud in de afgelopen dagen! Dat was de reden dat de leden van het Maine Coon Kwartet het zich heel gemakkelijk hadden gemaakt: ze lagen te slapen op fleece -dekentjes, lagen tegen elkaar aan in de wollen mandjes, kropen onder het dekbed of hadden zich opgekruld tegen de verwarming.  Zij hadden al lang in de gaten dat het buiten winters koud was en dat de 'Siberische beer' buiten rondwaarde; dan ga je echt niet voor je lol  in de tuin zitten. De keren dat ze naar buiten wilden, merkten ze na enkele minuten dat er geen vogels in de bomen zaten (die lieten zich niet zien) en ze voelden dat de ijskoude wind de warmte van de zon meedogenloos wegblies. Zacht mauwend zaten ze voor de keukendeur, op een matje, te wachten totdat ze naar binnen mochten. Met hun dikke wintervacht raken ze gelukkig niet snel onderkoeld en na een rondje rennen hadden ze het weer aangenaam warm.

 

Hoe anders voelde dat aan op de werkkamer en op de overloop. Normaal gesproken zijn dat plekken waar ze graag vertoeven. Er liggen dozen, mandjes en kleedjes waar op kunnen liggen, maar dat deden ze niet, want het was er koud. IJskoud. Tenenkrommend koud.

 

Afgelopen donderdagavond liep ik naar boven om de boel te inspecteren. Ik controleerde de ramen, balkondeuren en luiken op onze slaapkamer en werkkamer, maar ze waren allemaal keurig afgesloten. Er kwam geen zuchtje wind doorheen, ondanks een stevige windkracht 6. Ik begreep er niets van en liep gedachteloos naar zolder om een boek weg te brengen naar de boekenkast. Boven aangekomen flapperde mijn sjaal rond mijn nek en voelde ik een ijskoude lucht over mijn hele lijf blazen; alsof er een gat in het dak zat. En daar zat ik niet ver naast. In plaats van een gat in het dak, was er een gat in de muur: het raam stond open. Geen kiertje, maar helemaal open. De koude lucht had vrij spel en wervelde door de zolder. Als onze boeken levende wezens zouden zijn, dan hadden we ze beneden horen klappertanden. Ik besloot de boeken uit hun lijden te verlossen en sloot het raam. Beneden aangekomen vertelde ik mijn lieftallige huisgenoot over de herkomst van de venijnige tochtstromen. Vriendlief holde verbaasd en verontrust naar boven met hamer, beitel, schroevendraaier en een stuk hout: de beugel op het raam moest hersteld worden.

 

Toen vielen alle kwartjes. Nu begrepen we waarom het de afgelopen dagen zo koud was geweest. Nu snapten we waarom we zo'n koude tochtstroom hadden gevoeld in de werkkamer, waardoor we overdag extra verwarmingskacheltjes moesten plaatsen om fatsoenlijk te kunnen werken. Nu begrepen we ook waarom het Maine Coon Kwartet in de woonkamer sliep en niet boven; het was daar belachelijk koud én het tochtte.

 

We telden onze huisdieren en kwamen op 4 uit. Zelfs Joep had geen gebruik gemaakt van deze makkelijke ontsnappingsroute en was lekker binnengebleven (of van de vensterbank geblazen).  Na de ontdekking van het openstaande raam, dat nu weer veilig dicht zit, is het  weer zeer prettig in ons huis. Nergens tocht te voelen. Het raadsel van de koude lucht is opgelost. 

 

De enige die baalt is Duke. Hij vond het heerlijk om voor het elektrische kacheltje te liggen; dat hij opgewarmd werd met warme lucht en zijn haren overeind stonden. Zou hij een hippie zijn?